top
Penrose Header Litigation afbeelding

Aandeelhoudersgeschillen

  /    /  Aandeelhoudersgeschillen

Welkom bij Penrose Aandeelhoudersgeschillen

Penrose, advocatenkantoor in Amsterdam, is specialist ondernemingsrecht en aandeelhoudersgeschillen. Voorbeelden van aandeelhoudersgeschillen zijn de enquêteprocedure of de geschillenregeling met een gedwongen uitstoot- of uittredingsprocedure. Maar als een aandeelhoudersovereenkomst van toepassing is, dan kunnen conflicten met aandeelhouders veel verschillende vormen hebben. Op deze pagina beschrijven we een aantal veel voorkomende aandeelhoudersconflicten, waar wij regelmatig bij betrokken zijn.

Anderen zochten ook naar:

De wettelijke geschillenregeling is van toepassing op B.V.’s. De regeling kan ook van toepassing zijn op N.V.’s als de betreffende N.V. alleen aandelen op naam heeft en de statuten een blokkeringsregeling bevatten. De geschillenregeling bevat een uitstootprocedure en een uittreedprocedure. De uitstootregeling komt erop neer dat een of meer aandeelhouders die tenminste 1/3 van de aandelen vertegenwoordigen bij de rechter kunnen vorderen dat een andere aandeelhouder zich gedwongen laat uitkopen en zijn aandelen moet overdragen. Dit kan alleen als de aandeelhouder die zijn aandelen moet overdragen, de belangen van de vennootschap zo ernstig schaadt of heeft geschaad dat het voortduren van dat aandeelhouderschap niet langer acceptabel is.

De geschillenregeling die van toepassing is op B.V.’s (en sommige N.V.’s zie hiervoor) bevat ook een uittreedregeling. De uittreedregeling is het omgekeerde van de uitstootregeling. De uittreedregeling komt erop neer dat een aandeelhouder zijn medeaandeelhouders via de rechter kan dwingen om zijn aandelen over te nemen tegen een marktconforme prijs. De aandeelhouder die uitgekocht wil worden, moet dan aantonen dat hij zo ernstig in zijn belangen als aandeelhouder wordt of is geschaad, dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap onacceptabel is. De vordering tot uitkoop kan in principe ook tegen de B.V. zelf worden ingesteld.

Een van de allerbelangrijkste middelen die een rol spelen bij aandeelhoudersconflicten is het recht van enquête. Op basis van het enquêterecht kunnen aandeelhouders van de B.V. of N.V. die tenminste 10% of 1% (afhankelijk van het geplaatste kapitaal van de vennootschap) van het aandelenkapitaal vertegenwoordigen de Ondernemingskamer van het Gerechtshof in Amsterdam verzoeken om een onderzoek in te stellen naar het beleid en de gang van zaken van de rechtspersoon. Het verzoek moet ingediend worden door een advocaat. De Ondernemingskamer zal het verzoek voor een onderzoek toewijzen als de Ondernemingskamer redenen heeft om te twijfelen aan een juist beleid of juiste gang van zaken. In dat geval wijst de Ondernemingskamer een onderzoeker aan, die toegang krijgt tot (het bestuur en informatie van) de rechtspersoon. Het onderzoeksrapport van de onderzoekers wordt vervolgens gedeeld met de Ondernemingskamer en de verzoekers van de enquête. Op basis van dat rapport oordeelt de Ondernemingskamer vervolgens of er wel of geen sprake is van wanbeleid. Hoewel deze procedure niet resulteert in de toekenning van schadevergoeding, is het oordeel van de Ondernemingskamer dat er sprake is van wanbeleid wel een goede aanloop voor een schadevordering (bijvoorbeeld op basis van bestuurdersaansprakelijkheid). De Ondernemingskamer heeft daarnaast (ook tijdens de het onderzoek) de bevoegdheid om bepaalde voorzieningen te treffen, zoals de schorsing of het ontslag van bestuurders of commissarissen en de mogelijkheid om tijdelijk af te wijken van statutaire voorschriften.

Een aandeelhoudersconflict gaat vaak gepaard met de (totstandkoming van de) besluitvorming door het bestuur of de algemene vergadering van aandeelhouders waar een of meer aandeelhouders zich niet in kunnen vinden. In dat geval kan bekeken worden of er mogelijkheden zijn om het betreffende bestuurs- of aandeelhoudersbesluit te vernietigen. Een besluit dat niet op de juiste wijze tot stand is gekomen kan door een rechter worden vernietigd. Deze procedure dient bij de rechtbank aanhangig te worden gemaakt, en moet worden ingediend door een advocaat. Een aandeelhouder, maar ook het bestuur, kan de rechter in deze procedure vragen een bepaald besluit te vernietigen. Het besluit is geldig totdat het door een rechterlijk oordeel is vernietigd. Mogelijk blijkt het besluit zelfs nietig te zijn. Een besluit dat in strijd met de wet of de statuten is genomen is nietig en bestaat niet of is, zoals juristen dat noemen, non-existent. Er is geen besluit tot stand gekomen.

Aandeelhouders die vanwege een geschil of eindigende samenwerking uit elkaar wensen te gaan zoeken de oplossing vaak in een aandelenoverdracht. Dit kan bijvoorbeeld worden gerealiseerd doordat deze aandelen worden verkocht en geleverd aan een derde en/of aan de achterblijvende aandeelhouder(s). Het vermogen van de vennootschap kan ook op alternatieve wijzen worden verdeeld. In de praktijk worden daarvoor de ruziesplitsing, een activa/passiva transactie of de uitkering van vermogen (activa) gebruikt.

Veel statuten en aandeelhoudersovereenkomsten bevatten een aanbiedingsregeling. Deze regelingen komen erop neer dat een aandeelhouder zijn aandelen moet aanbieden aan de andere aandeelhouders (of de vennootschap) als zich bepaalde situaties voordoen. Bijvoorbeeld:

  • een inbreuk op de aandeelhoudersovereenkomst, statuten, arbeidsovereenkomst of managementovereenkomst;
  • het overlijden of fuseren van de aandeelhouder;
  • het vroegtijdig vertrekken van een aandeelhouder als bestuurder van de vennootschap.

Deze regelingen zijn vaak ook van toepassing in startups en scale-ups, waarbij de oprichters (founders) of managers zowel bestuurder en aandeelhouder zijn. In dat geval zijn deze regelingen voor de founders vormgegeven als bad leaver en good leaver bepalingen.

De drag along clausule (het recht om mee te trekken) in een aandeelhoudersovereenkomst is opgenomen bijvoorbeeld voor het geval een (meerderheids)aandeelhouder 100% van de aandelen in de onderneming aan een derde wil verkopen. Om dat voor elkaar te krijgen moet hij gebruik maken het drag along recht (als dat er is), waarmee hij de andere (minderheids)aandeelhouder kan verplichten om zijn aandelen mee te verkopen. Het tag along recht (het recht om mee te verkopen) geeft (als dat is afgesproken) een aandeelhouder het recht zijn aandelen mee te verkopen als een andere aandeelhouder voornemens is zijn aandelen aan een derde te verkopen. Het drag along en tag along recht worden zelden uitgeoefend zonder stevige “discussie” tussen de betrokken aandeelhouders, waarbij het soms nodig is om rechterlijke machtiging te verkrijgen om de overdacht gedwongen te laten plaatsvinden. Dergelijke machtigingen worden vaak in kortgeding gevorderd, waarbij de vordering moet worden ingesteld door een advocaat.

Bij Penrose, advocatenkantoor in Amsterdam, werken advocaten die gespecialiseerd zijn in het voeren van juridische procedures, waaronder het (incasso) kort geding en bodemprocedures. Zij denken graag met je mee over kansen en risico’s. De contactgegevens van onze specialisten vind je hier.

Nieuws

Procesrecht