Penrose advocatenkantoor in Amsterdam
top
Image Alt

De transparantieverplichting van exploitanten in exploitatieovereenkomsten met makers

  /  Nieuws   /  De transparantieverplichting van exploitanten in exploitatieovereenkomsten met makers

De transparantieverplichting van exploitanten in exploitatieovereenkomsten met makers

Sinds 7 juni 2022 is de wettelijke transparantieverplichting in de Auteurswet in werking getreden. Op grond van deze auteursrechtelijke informatieverplichting dienen de uitgever, film- en muziekproducent of andersoortige exploitant, inzicht te geven in de wijze én de opbrengsten van de exploitatie van het ‘werk’ van de maker(s) en uitvoerder(s). Deze verplichting is de implementatie van de in 2019 aangenomen Europese Auteursrechtenrichtlijn, ook wel DSM-richtlijn (Digital Single Market) genoemd. In dit blog ga ik in op hoe in de praktijk om te gaan met de transparantieverplichting in een exploitatieovereenkomst met makers.

De gedachte achter de informatieverplichting

Veel auteurs, acteurs, zangers of andere makers en uitvoerders (hierna gezamenlijk aangeduid als “makers”) beschouwen hun positie tegenover opdrachtgevers als zwak. Ze kunnen doorgaans weinig eisen stellen als het gaat om de exploitatie van hun werk en de overdracht van het auteursrecht aan de krant, uitgever, film- of muziekproducent of omroep (hierna gezamenlijk aangeduid als “exploitanten”). Om de zelfstandige maker hierin tegemoet te komen, zijn er in de afgelopen jaren al een aantal wettelijke waarborgen ontstaan. Voorbeelden hiervan zijn o.a. de ‘bestsellerbepaling’ en de ‘non-usus bepaling’.

Als auteur, acteur of zanger heb je recht op een billijke vergoeding voor de toestemming die je aan de exploitant verleent om jouw werk te kunnen exploiteren. Veelal bestaat die vergoeding uit een royalty (bijv. percentage over de omzet) dan wel een lump sum (eenmalige afkoop) vergoeding.

Wanneer je een vergoeding voor je werk ontvangt (of al hebt ontvangen), maar die vergoeding onevenredig laag is ten opzichte van wat jouw werk je opdrachtgever opbrengt, dan heb je recht op een aanvullende vergoeding.

Uitdagingen voor exploitanten bij de transparantieverplichting

De transparantie- of informatieverplichting zoals deze ook wel wordt genoemd, zorgt duidelijk voor nieuwe uitdagingen bij producenten, omroepen en andere uitgevende organisaties. “Welke informatie moet worden verstrekt aan de makers? Vanaf wanneer moet ik informatie verstrekken en hoe lang? Gelden er ook uitzonderingen op de verplichting? Wat gebeurt er als ik niet aan deze verplichting voldoe?” Dit zijn enkele van de actuele vragen van exploitanten omtrent de transparantieverplichting. Laten we deze vragen eens nader bekijken en proberen te beantwoorden.

Vraag 1: Welke informatie moet worden verstrekt aan de makers?

Op grond van de wettekst van de Auteurswet moet de maker worden geïnformeerd over ‘de exploitatie van het werk, met name wat betreft de exploitatiewijzen, de daarmee gegeneerde inkomsten en de verschuldigde vergoeding’. Deze informatie moet actueel, relevant en volledig zijn.

Volgens de overwegingen in de Auteursrechtenrichtlijn gaat het om alle inkomstenbronnen die samenhangen met de wereldwijde exploitatie van het werk, waaronder bijvoorbeeld ook inkomsten uit merchandising. Merchandising ziet veelal ook op merkrechten, modelrechten en/of auteursrechten waarvan de producent of exploitant zelf de rechthebbende is. De vervolgvraag is volgens mij dan meer in hoeverre deze exploitatievorm weer een soort ‘spin-off’ is van de exploitatie van de auteursrechten van de oorspronkelijke maker(s).

Een ander aandachtspunt is ‘vertrouwelijkheid’ van informatie. In de praktijk kunnen er twee rechten flink botsen. Enerzijds het recht van de maker op informatie en transparantie omtrent de opbrengsten met het (mede) door hem gecreëerde werk (en te ‘controleren’ of de vergoeding die hij ontvangt of heeft ontvangen redelijk is). Anderzijds is er het recht van de exploitant om bepaalde bedrijfsgeheimen of vertrouwelijke (financiële) informatie geheim te houden en te beschermen tegen misbruik. De Auteurswet sluit niet uit dat je als exploitant voorwaarden of beperkingen mag stellen aan het gebruik van de te verstrekken informatie. Naar mijn mening zou het dus raadzaam zijn om geheimhoudingsverplichtingen te koppelen aan het verstrekken van informatie. Let wel op dat hiermee niet het beoogde effect van de transparantieverplichting onderuit wordt gehaald. De geheimhouding mag immers niet als uitzonderingsgrond voor de transparantieplicht gaan gelden.

Stel nu dat de uitgever, producent of een andere exploitant aan een derde een licentie heeft verleend voor de exploitatie van het werk, dan wel een deel van de exploitatierechten heeft verkocht, dan dient diegene de maker tevens te informeren over de identiteit van de licentienemer(s) en/of mede-exploitanten. Deze licentienemer(s) en/of mede-exploitanten zullen op verzoek van de maker ofwel diens contractspartij (de eerste uitgever, producent of een andere exploitant) alle informatie rondom de onder de licentie vallende exploitatie moeten verstrekken.

Vraag 2: Vanaf wanneer moet ik informatie verstrekken en hoe lang?

De transparantieplicht geldt formeel sinds 7 juni 2022. Maar let op: de verplichting geldt sindsdien ook voor alle op dat moment reeds bestaande exploitatieovereenkomsten. Echter, aangezien het auteurscontractenrecht pas sinds 1 juli 2015 in werking getreden én slechts van toepassing is op overeenkomsten van na deze datum (zie arrest Hof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2019:11117, r.o. 7.49 – Martin Garrix / Spinnin Records) geldt dit in mijn optiek dus enkel op overeenkomsten van na 1 juli 2015.

Voor exploitatieovereenkomsten van na deze datum moet de producent, omroep of andersoortige exploitant vanaf dit jaar aldus jaarlijks een dergelijk informatieoverzicht omtrent de exploitatie verstrekken. Deze verplichting duurt voort zolang de exploitatie van het werk voortduurt, dan wel zolang de auteursrechten of naburige rechten van de makers respectievelijk uitvoerders gelden, afhankelijk van welke korter is. In de praktijk zal de exploitatieovereenkomst doorgaans korter duren aangezien het auteursrecht bijvoorbeeld pas vervalt 70 jaar na het overlijden van de maker. Naburige rechten vervallen 50 jaar na de eerste openbaarmaking van de opname, uitzending of uitvoering.

Vraag 3: Gelden er ook uitzonderingen op de transparantieverplichting?

Ja. De transparantieverplichting geldt niet indien het aandeel van de maker bij de totstandkoming van het gehele werk niet significant is. Hierbij kan worden gedacht aan de bijdrage van figuranten of achtergrondzangers.

Op deze uitzondering geldt vervolgens weer een uitzondering, namelijk als de maker aantoont dat hij de informatie nodig heeft voor een beroep op de ‘bestsellerbepaling’. Op grond van deze bestsellerbepaling kan de maker een aanvullende billijke vergoeding vorderen indien de oorspronkelijk overeengekomen vergoeding gelet op de wederzijdse prestaties onevenredig is in verhouding tot de exploitatieopbrengst van het werk. Kortom, wanneer zich een figurant meldt met het verzoek om inzage in de informatie vanwege een beroep op de bestsellerbepaling, dan zou de transparantieverplichting weer wel gelden. De vervolgvraag is dan evenwel hoe aannemelijk het is dat ‘een figurant’ – op grond van een niet-significante bijdrage – een geldig beroep op de bestsellerbepaling toekomt.

Een andere escape voor de informatieplicht ingevolge de Digital Single Market richtlijn is wanneer de administratieve lasten van het verstrekken van de informatie -gelet op de exploitatie-inkomsten- aantoonbaar onevenredig zijn. In dat geval is de informatieplicht beperkt tot de onder de omstandigheden ‘redelijkerwijs te verwachten informatie’. De bewijslast hiervoor ligt bij de exploitant en het is in mijn optiek maar de vraag of bijvoorbeeld een omroep of filmproducent een succesvol beroep op deze uitzondering toekomt. Er zijn immers al partijen bezig met de ontwikkeling van rapportagesoftware waarmee het mogelijk wordt om terugkerende informatieoverzichten te genereren. Daarmee zouden de eenmalige ontwikkelkosten voor exploitanten worden weggenomen en enkel de terugkerende (licentie)kosten voor het jaarlijks gebruik van dergelijke software in aanmerking worden genomen. Deze kosten zouden in dit licht beperkter zijn in verhouding tot het geheel zelfstandig (laten) ontwikkelen.

Vraag 4: Wat gebeurt er als ik niet aan de transparantieverplichting voldoe?

De informatie-/transparantieverplichting, maar ook alle overige bepalingen van het auteurscontractenrecht, zijn van dwingend recht. Dit betekent dat makers en exploitanten hier niet in een onderlinge overeenkomst van kunnen afwijken. Indien een exploitant niet aan de wettelijke informatieverplichting voldoet, na hiervoor in gebreke te zijn gesteld, kan tegen de exploitant een juridische procedure worden gestart.

Interessant is vervolgens de vraag of de maker in dat kader ook een beroep op de volledige proceskostenveroordeling van Titel 15 in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering toekomt. Immers, volgens de wettelijke bepaling is deze titel van toepassing “op de handhaving van rechten van intellectuele eigendom ingevolge de Auteurswet (…)”. Als dit inderdaad op deze manier wordt gevolgd, is dat wel een extra pressiemiddel voor exploitanten om deze transparantieverplichting in te bouwen in hun standaard proces.

Tot slot: de verhouding tussen de transparantieverplichting en de billijke vergoeding

Ik vind het opvallend dat de informatieplicht van artikel 25ca Auteurswet geen overzicht van de door de exploitant gemaakte kosten en investeringen omvat. De grondgedachte van het auteurscontractenrecht is dat de maker -op eerlijke wijze- kan delen in de opbrengst van de exploitatie van zijn werk. Daarvoor dient hij een ‘billijke vergoeding’ te ontvangen. Naast de opbrengsten zijn dan natuurlijk ook de kosten en investeringen die samenhangen met de exploitatie van belang. Zoals uit de Memorie van Toelichting alsook jurisprudentie volgt, moet een exploitant ook genoegzaam in de gelegenheid zijn gesteld om gedane investeringen terug te verdienen én winst te maken. Bovendien zijn ook eerdere verliezen verband houdende met de exploitatie van (eerdere) werken van dezelfde maker daarbij relevant. Afhankelijk van de sector en situatie kan ik mij voorstellen dat, gelet op het voorgaande, het voor exploitanten een overweging kan zijn om ook kosten, investeringen en winstmarge onderdeel te laten zijn van de informatievoorziening.

Heeft u ook een vraag over het auteurscontractenrecht of de daaruit voortvloeiende transparantieverplichting, neem contact op met Chantal Bakermans <https://penrose.law/chantal-bakermans/> van Penrose, via c.bakermans@penrose.law of tel.: +31(0)6-19304389.