top

Penrose

  /    /  Bestuurdersaansprakelijkheid door benoeming frauderende bestuurder
Twee handen die een stokje overdragen

Bestuurdersaansprakelijkheid door benoeming frauderende bestuurder

Op 7 oktober 2015 heeft de rechtbank Overijssel een zaak behandeld over de aansprakelijkheid van een bestuurder van een BV die een zonder gedegen onderzoek een opvolger kiest waarna de BV failliet gaat. De opvolgende bestuurder blijkt een fraudeur. De bestuurdersaansprakelijkheid geldt volgens de rechter voor beide bestuurders.

Feiten

Tot 5 juni 2013 was B ruim 10 jaar bestuurder van X BV. C is op 5 juni 2013 benoemd als enig bestuurder en opvolger van B. Op 9 oktober 2013 gaat X B.V. failliet, terwijl C dan bestuurder is. De curator stelt zowel B en C persoonlijk aansprakelijk voor het boedeltekort in het faillissement van de onderneming (bestuurdersaansprakelijkheid).

Insteek curator

De curator is van mening dat B onzorgvuldig en verwijtbaar heeft gehandeld nu hij C heeft laten benoemen zonder behoorlijk antecedentenonderzoek, zonder overleg met derden en zonder een serieus onderzoek naar de kennis van zaken en de integriteit van C. C blijkt na zijn benoeming meerdere verdachte transacties bij X BV te hebben verricht. Deze transacties komen niet in de boekhouding voor. Het faillissement was onafwendbaar.

Verweer

B betoogt dat het voor hem, vanwege gezondheidsproblemen, niet mogelijk is geweest om de onderneming te continueren. Om de continuïteit te waarborgen is hij op zoek gegaan naar een opvolger. Daarop is hij in contact gekomen met C (en de zijnen). B zou onderzoek naar C hebben gedaan, onder andere via internet, waaruit volgens B niet vreemds of alarmerends bleek. B stelde pas op de hoogte te zijn geraakt van de zeer bedenkelijke reputatie van C nadat de curator dit ontdekte.

Beoordeling rechter

De rechtbank oordeelde dat het handelen en de nalatigheid van C een belangrijke oorzaak zijn geweest van het faillissement van de onderneming. C is om die reden persoonlijk aansprakelijk.

Voor wat betreft B oordeelt de rechtbank als volgt. Het hoort tot de taak van een behoorlijk bestuurder dat wanneer deze niet meer in staat is zelf leiding te geven aan de onderneming, er tenminste enig onderzoek wordt gedaan naar de achtergrond van de opvolger. Dat onderzoek betreft dan op zijn minst eerdere hoedanigheden, zakelijke achtergrond, financiële gegoedheid en persoonlijke integriteit van de opvolgend bestuurder. B had bovendien enig overleg dienen te plegen met ter zake deskundigen (bijvoorbeeld de accountant) en mede-betrokkenen (zoals medeaandeelhouders).

Nu B de bovengenoemde deskundigen en mede-betrokken zelfs niet had geïnformeerd over de (voorgenomen) benoeming van C en B behalve het summiere onderzoek op internet geen verder onderzoek naar C heeft gedaan, in het bijzonder door geen referenties op te vragen, oordeelde de rechtbank dat B zijn handelen wordt gekwalificeerd als onbehoorlijke taakvervulling. Met name ook omdat B zijn handelen er toe heeft geleid dat C de dubieuze transacties kon aangaan als gevolg waarvan een faillissement van de onderneming onontkoombaar werd.

Concluderend betekent dit dat zowel malafide bestuurder C als zijn voorganger B hun bestuurstaak onbehoorlijk hebben vervuld en persoonlijk aansprakelijk zijn voor het tekort in het faillissement van de onderneming.

Lees hier de uitspraak.