top

Penrose

  /    /  Haviltex bij Testing as a Service contract
Testing as a Service contract

Haviltex bij Testing as a Service contract

Haviltex-norm bij Testing as a Service en andere IT-outsourcing contracten

Juridische problemen met IT outsourcing contracten komen veelvuldig voor. In een eerder blog hebben wij hier al eens op gewezen en enkele tips voorgesteld voor outsourcing contracten. Mocht een IT project mislukken, dan wordt immers eerst teruggegrepen op de inhoud van de overeenkomst. Maar wat nu als blijkt dat de leverancier en de afnemer een totaal verschillende kijk op de inhoud van de overeenkomst hebben? We bespreken deze vraag naar aanleiding van een recent geschil over een Testing as a Service contract (TaaS).

Wat partijen over en weer mogen verwachten

IT outsourcingscontracten zijn – zelfs voor een jurist – niet altijd eenvoudig te doorgronden. Door de wirwar van IT afkortingen en schematische technische tekeningen wordt niet altijd duidelijk wat partijen nu precies zijn overeengekomen.

Een dergelijke situatie deed zich recent ook voor bij de overeenkomst tussen een tester van software- en informatiesystemen en een zorgorganisatie als klant. Een zorgorganisatie was op zoek naar een IT leverancier die nieuwe software releases kon testen. De zorgorganisatie raakte hierover in gesprek met een aanbieder van Testing as a Service hetgeen ook heeft geresulteerd in een overeenkomst. Volgens de zorgorganisatie zijn partijen daarin TaaS en een generiek testprogramma overeengekomen. Volgens de aanbieder was enkel de ‘onboarding’ overeengekomen, een eerste fase, om de mogelijkheden en voorwaarden voor testen op afstand te bepalen. Dit verschil van inzicht over de juridische insteek van de TaaS overeenkomst leidde tot een procedure bij de Rechtbank Midden-Nederland.

De rechter oordeelt dat op basis van de schriftelijke afspraken uitsluitend de onboardingsfase is overeengekomen. De omstandigheid dat het TaaS-model in de overeenkomst ook schematisch werd weergegeven, betekende niet dat daarmee de fase voor de daadwerkelijke Testing as a Service-dienst juridisch ook al was afgesproken.

De Rechtbank past vervolgens de zogenaamde Haviltex-norm toe. Deze norm voor contractuitleg betekent kortgezegd, dat overeenkomsten niet alleen tekstueel moeten worden uitgelegd maar dat – rekening houdende met de omstandigheden van het geval – ook moet worden gekeken naar wat partijen over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Deze wijze van juridische uitleg geldt ook voor IT outsourcingscontracten, zoals Testing as a Service Agreements. Het kan immers zo zijn dat op grond van de omstandigheden van het geval moet worden geconcludeerd dat partijen iets anders waren overeengekomen dan uit de letterlijke tekst van de overeenkomst blijkt. Dat meende de zorgorganisatie in deze zaak ook. Die houdt namelijk vol dat steeds is bedoeld een generiek testprogramma overeen te komen en dat de TaaS aanbieder haar zorgplicht heeft geschonden door onduidelijkheid over de omvang van de opdracht te laten (voort)bestaan.

Bijzondere zorgplicht voor IT leveranciers

In de afgelopen jaren is in de jurisprudentie steeds vaker aangenomen dat IT-leveranciers een bijzondere (verzwaarde) zorgplicht hebben jegens de afnemers van hun diensten. Deze zorgplicht komt er op neer dat een IT leverancier – als professionele en deskundige partij – de (onwetende) afnemer bijvoorbeeld actief wijst op een verkeerde veronderstelling wat betreft de omvang van een overeenkomst.

Relevante juridische factoren in de Testing as a Service kwestie

Verder met de zaak van de TaaS leverancier: Vond de rechter hier ook dat de leverancier een (bijzondere) zorgplicht had en dat die geschonden was? Het antwoord is: ‘Nee’. Integendeel, de Rechtbank draait de rollen eerder om en wijst erop dat de klant een grote organisatie betrof waar ook een inhouse jurist betrokken was bij de onderhandeling. Hierdoor mocht worden aangenomen dat zij de inhoud van de overeenkomst – die op zichzelf duidelijk was – had begrepen.

Is dit nu een opvallende uitspraak van de rechter over een dergelijk IT contract? Ik vind van wel. De exacte details van deze zaak blijken niet uit het vonnis, maar er lijken in de uitspraak best nog enkele relevante afwegingen te ontbreken. Hoe zit het bijvoorbeeld met de contractwaarde? Een bedrag van bijna € 120.000 voor enkel de onboarding-fase lijkt erg veel. Heeft de rechtbank bovendien gekeken naar de gevolgen voor de zorgorganisatie? Wat kunnen zij met enkel deze onboarding? Hoeveel extra kosten is zij straks nog kwijt aan de TaaS diensten met het generieke testprogramma?

Kortom, ik zou er niet raar van opkijken als de zorgorganisatie tegen deze uitspraak in beroep gaat en de rechters van het gerechtshof vraagt om dieper in te gaan op de bijzondere zorgplicht van de TaaS leverancier en wat partijen in dat verband over en weer van elkaar mogen verwachten.

Heeft u ook een vraag over zorgplichten in IT contracten, neem contact op met Chantal Bakermans van Penrose.