top

Penrose

  /  Ondernemingsrecht   /  Verplichte registratie UBO en privacy
Een slot als symbool van privacy, zwevend boven een

Verplichte registratie UBO en privacy

Vanaf 1 januari 2020 zijn ondernemingen en rechtspersonen verplicht om hun uiteindelijk
belanghebbende(n) in een zogeheten UBO-register bij de Kamer van Koophandel in te schrijven.

Wie is een uiteindelijk belanghebbende (UBO)?

UBO staat voor Ultimate Beneficial Owner, oftewel de ‘uiteindelijk belanghebbende’. Dit is de persoon die de uiteindelijk eigenaar is of de uiteindelijke zeggenschap heeft over een onderneming, stichting of vereniging. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan:
• personen met meer dan 25 procent van de aandelen in een BV of NV;
• personen met meer dan 25 procent belang in een Vennootschap onder Firma (VOF), CV of maatschap;
• personen met meer dan 25 procent van de stemrechten; of
• personen die de feitelijke zeggenschap over de onderneming hebben.

Voor de verplichte UBO-registratie is op 4 april 2019 een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel is het gevolg van de gewijzigde Europese anti-witwasrichtlijn. Doel van het UBO-register is het tegengaan van financieel-economische criminaliteit, zoals witwassen en terrorismefinanciering. Vanaf de inwerkingtreding van het UBO-register dienen nieuwe rechtspersonen de gevraagde UBO informatie aan te leveren bij het handelsregister. Reeds bestaande rechtspersonen dienen binnen 18 maanden hun UBO’s te registreren, dus medio 2021.

Omdat de gegevens in het UBO-register (deels) openbaar zijn, kunnen personen en organisaties beter geïnformeerd besluiten met wie zij zaken willen doen. Daarin schuilt ook meteen de keerzijde van het wetsvoorstel. Want hoe wordt de privacy van de UBO of directeur-grootaandeelhouder (dga) geborgd?

Heeft de UBO/dga geen recht op privacy?

De discussie rondom de bescherming van persoonsgegevens was een van de redenen waarom de invoering van het UBO-register vorig jaar werd uitgesteld. Immers, met de publieke kenbaarheid van vermogende UBO’s inclusief adresgegevens en zelfs identificatiegegevens, liggen risico’s van ontvoering, afpersing en identiteitsfraude op de loer. Om deze risico’s te ondervangen worden enkel de volgende persoonsgegevens van de UBO openbaar:
• voornaam en achternaam;
• geboortemaand en -jaar;
• nationaliteit;
• woonstaat;
• aard en omvang van het economische belang van de UBO.

Gegevens van de uiteindelijk gerechtigde(n) zoals BSN, kopie paspoort, woonadres en dergelijke zijn niet openbaar en enkel inzichtelijk voor bevoegde autoriteiten (meer in het bijzonder, het Openbaar Ministerie, de Belastingdienst, politie en de Financiële Inlichtingen Eenheid).

Verder kan in individuele, uitzonderlijke omstandigheden bepaalde verplichte UBO-informatie alsnog worden afgeschermd. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de UBO minderjarig is en/of indien door de openbaarmaking de UBO wordt blootgesteld aan een onevenredig risico op fraude, ontvoering, chantage, afpersing, geweld of intimidatie.

Als extra drempel geldt bovendien dat het opvragen van gegevens uit het UBO-register geld gaat kosten (hoeveel is nog niet bekend) en dat de verzoeker zich hiervoor online moet registreren en identificeren.

Risico bij niet-naleving?

Indien je niet of niet tijdig voldoet aan de registratieplicht, kan het Bureau Economische Handhaving (onderdeel van de Belastingdienst) zowel strafrechtelijke als bestuursrechtelijke sancties opleggen.

Vanuit strafrechtelijk oogpunt wordt het verzuimen van de registratieplicht gezien als economisch delict, welk kan worden bestraft met een hechtenis van ten hoogste zes maanden, een taakstraf of geldboete van de vierde categorie (2019: € 20.750,=). Op grond van het wetsvoorstel worden hier twee bestuursrechtelijke sancties aan toegevoegd, te weten de mogelijkheid tot het opleggen van een last onder dwangsom, dan wel een bestuurlijke boete van ten hoogste de vierde categorie.

Desalniettemin geeft de Belastingdienst in het kader van de uitvoeringstoets bij het wetsvoorstel al aan dat de handhaving naar verwachting “beperkt effectief” zal zijn, met name doordat UBO’s zullen proberen zich achter niet-transparante constructies te verschuilen. Bijvoorbeeld door onjuiste of onvolledige informatie aan te leveren, dan wel door uit te wijken naar rechtsvormen die niet onder de registratieplicht vallen. Zo zijn bijvoorbeeld beursgenoteerde vennootschappen, eenmanszaken, publiekrechtelijke rechtspersonen en verenigingen van eigenaren uitgezonderd van de UBO-registratieverplichting.

Vragen of meer weten rondom het UBO-register of privacy? Bel 020-240 0710 of mail Chantal Bakermans (c.bakermans@penrose.law) of Hans Klaver (h.klaver@penrose.law).