top

Aansluitplicht (groene) elektriciteit en schadevergoeding

  /  Nieuws   /  Aansluitplicht (groene) elektriciteit en schadevergoeding
Een blend van verschillende soorten energie; windmolens, zonnepanelen en energiemasten

Aansluitplicht (groene) elektriciteit en schadevergoeding

Netbeheerders hebben kortgezegd een aansluitplicht om iemand die daarom vraagt aan te sluiten op het elektriciteitsnet. De plicht om aan te sluiten op het net geldt voor zowel een gebruiker van stroom als ook voor een ontwikkelaar en/of een eigenaar van een project waarmee (groene) stroom zal worden opgewekt. Bij schending van de aansluitplicht volgt schadevergoeding. Als ontwikkelaar of grondeigenaar moet je je dus niet te snel laten afschepen door netbeheerders dat ze niet kunnen aansluiten!

Wat is de aansluitplicht voor elektriciteit?

De wettelijke aansluitplicht betekent dat een netbeheerder verplicht is om ieder persoon of bedrijf die dat verzoekt, aan te sluiten op het elektriciteitsnet. Dit moet tegen de voorwaarden die hun basis vinden in de Elektriciteitswet. Deze aansluitplicht van artikel 23 van de Elektriciteitswet werkt twee kanten op: voor de afname van stroom en voor het leveren van (duurzame) energie aan het net. Het leveren van stroom aan het elektriciteitsnet heeft de laatste jaren uiteraard een grote vlucht genomen door de ontwikkeling van windparken, zonneparken maar ook eigen groene stroomvoorzieningen zoals zonnepanelen op het dak van bedrijfspanden. De aansluitplicht betekent dan ook dat het willen leveren van groene energie niet zomaar mag worden geweigerd door de netwerkbeheerder. De netbeheerder moet eenvoudigweg aansluiten.

Samenhang van aansluitplicht en transportplicht

In het verlengde van de aansluitplicht ligt de transportplicht die bepaalt dat de netbeheerder het transport van elektriciteit van en naar het aansluitpunt moet verzorgen. Deze verplichting van artikel 24 Elektriciteitswet -om stroom te transporteren- kent echter een wettelijke uitzondering: indien er redelijkerwijs niet voldoende capaciteit op het elektriciteitsnet bestaat, geldt de plicht om stroom te leveren dan wel af te nemen niet. Het is aan de netbeheerder om dat te bewijzen. Het recht op schadevergoeding bij schending van de transportplicht wordt het onderwerp van een volgend blog.

De aansluitplicht is niet voor twee of meer onroerende zaken

De aansluitplicht geldt voor een enkele aansluiting per onroerende zaak. Er bestaat dus geen wettelijk recht op een tweede aansluiting op het stroomnet. Dat is relevant voor bijvoorbeeld zonnepanelen op het dak. Een interessante vraag daarbij, waarover volgens mij nog geen rechtspraak bestaat, is of een zonne-installatie op een bedrijfsmatig dak waarvoor een recht van opstal is gevestigd, kan worden gezien als een aparte onroerende zaak. Als het opstalrecht inderdaad als een aparte onroerende zaak wordt beschouwd, bestaat een eigen recht op een elektriciteitsaansluiting voor de opstalhouder van het dak (in de praktijk is dat de exploitant van de zonnepanelen).

Opknippen van een windpark of zonnepark

Een windpark of zonnepark kan verder niet worden opgeknipt in delen om daarmee gebruik te kunnen maken van meer eenvoudige aansluiting(en) op de middenspanningskabel, aldus de Autoriteit Consument en Markt (ACM) op 14 januari 2019.

Aanpassing van de aansluiting

Een verzwaring van de bestaande aansluiting wordt gedekt door de aansluitplicht voor de netbeheerder. Een aanpassing van de elektriciteitsaansluiting mag dus niet worden geweigerd door de lokale beheerder van het stroomnet. Dit volgt uit de Nedcool-zaak.

Afnemen van stroom en leveren van stroom aan ander stroombedrijf

Onderdeel van de aansluitplicht is dat de bedrijfsmatige producent en ook de consument-producent van (ook overtollige) groene energie de stroom mag leveren aan een ander stroombedrijf dan van wie stroom wordt afgenomen. Dit volgt uit het besluit van de ACM van 13 juli 2017.

Geen discriminatie bij een stroomaansluiting

De netbeheerder mag niet discrimineren bij het aansluiten. Dit is een nuttige bepaling want het verbiedt de netbeheerder om bijzondere voorwaarden aan de aansluiting te verbinden. Zo heeft de ACM in 2018 geoordeeld dat niet van een aanvrager voor een maatwerk (groene) stroomaansluiting kan worden gevraagd dat deze afstand doet van zijn recht op compensatie ingeval van een storing aan het stroomnet. In dit geval ging het om een windpark van Meerwind.

Zo heeft Liander geprobeerd om de eigenaar van een bedrijfsverzamelgebouw te dwingen om voor elke (verhuurde) bedrijfsunit een elektriciteitsaansluiting aan te vragen (want er wordt per aansluiting betaald). Liander stelde als voorwaarde voor de connectie van het gehele pand dat de eigenaar / aanvrager een geschilprocedure aanhangig zou maken bij de ACM om te besluiten of er een of meerdere aansluitingen moeten worden aangevraagd. De ACM heeft echter besloten dat een dergelijke voorwaarde niet mag worden gesteld. Daar bestaat geen wettelijke basis voor. In hoger beroep heeft het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) dit bevestigd met de uitspraak van 17 september 2019.

Wat is de termijn voor een aansluiting op het stroomnet?

De wet bepaalt dat de netbeheerder de aanvraag voor een aansluiting op het stroomnet binnen een redelijke termijn moet realiseren. Het op zich rekbare begrip ‘redelijke termijn’ wordt door de wet ingeperkt tot 18 weken voor aansluitingen van minder dan 10 megavoltampère (MVA). Sommige netbeheerders proberen zich in te dekken door bijvoorbeeld een termijn van 42 weken aan te houden voor een aansluiting op het elektriciteitsnet. Als uitgangspunt hoeft dat niet te worden geaccepteerd.

De aansluitplicht in de praktijk

De juridische verplichting voor de lokale beheerders van het elektriciteitsnet om afnemers en producenten van duurzame energie aan te sluiten, leidt in de praktijk tot problemen. In bepaalde gebieden van Nederland wordt relatief veel windenergie dan wel zonne-energie opgewekt. De energietransitie is in die zin in volle gang en dat brengt met zich mee dat sommige netbeheerders niet overal voldoende capaciteit / onderstations hebben en soms ook eenvoudigweg niet voldoende personeel om de connecties technisch te realiseren.

Voor een deel zal dat in de praktijk worden opgelost door langere termijnen om aan te (kunnen) sluiten, lokale opslag met bijvoorbeeld waterstof, de elektriciteits-vluchtstrook en simpelweg het bouwen aan de uitbreiding van de capaciteit om aan te sluiten op het net.

Maar voorlopig zal het gebrek aan aansluitmogelijkheden en ook netcongestie een probleem blijven. Hier moet wel een onderscheid worden gemaakt tussen de aansluitplicht en de transportplicht. De netbeheerder moet wel aansluiten maar hoeft elektriciteit mogelijk niet (altijd) te ‘vervoeren’ ingeval van feitelijke netcongestie. Dat laatste wordt veelvuldig door netbeheerders ingeroepen tegen ontwikkelaars van zonneparken en windparken. Effectief wordt de aansluitplicht aldus gefrustreerd. Hierdoor wordt het voor ontwikkelaars van groene energie onzeker om hun business case rond te krijgen. Zeker ook omdat de subsidie Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+)  uiteindelijk wordt uitgekeerd over daadwerkelijk geproduceerde stroom. En die productie van stroom noodzaakt uiteraard tot het transport daarvan. De netbeheerder mag feitelijke netcongestie niet te makkelijk stellen. Dat heeft het Gerechtshof op 25 februari 2020 bepaald in de Schenkeveld-zaak. De bewijslast dat er inderdaad geen capaciteit meer op het (lokale) stroomnet is, is voor de netbeheerder.

Netcongestie is in ieder geval geen rechtvaardiging om niet aan te sluiten. In die zin ook de kort gedingrechter inzake de aansluiting van een windpark en twee zonneakkers door Energie Pottendijk B.V., zie deze link voor de relevante uitspraak. Het alleen aanbieden van een aansluiting onder uitsluiting van de transportplicht is niet geoorloofd. Als gezegd, in een volgend blog ga ik hier nader op in.

Ontwikkelaar van duurzame energie versus netbeheerder

Ik besef mij heel goed dat er een spanningsveld bestaat tussen ontwikkelaars van duurzame energieprojecten en de netbeheerders zoals bijvoorbeeld Liander en Enexis. Je komt elkaar vaak tegen. Niets menselijks is mij vreemd, maar het is wel belangrijk om te beseffen dat beide partijen een hele andere rol hebben in de energietransitie: de netbeheerder voert een wettelijke taak uit om onder meer de aansluiting op het net te verzorgen en om (groene) stroom te transporteren. De ontwikkelaar -in eigen beheer of voor een derde- probeert een project te initiëren waarmee duurzame stroom kan worden opgewekt en waarmee geld kan worden verdiend. Dit is evenwel ook de partij die het risico neemt. Dat laatste geldt niet voor de netbeheerder. Daarom ben ik van mening dat een ontwikkelaar van energieprojecten niet te snel een nee moet accepteren indien hij / zij niet kan worden aangesloten op het stroomnet. Dat brengt me op het recht op schadevergoeding.

Kader voor schadevergoeding

Het is zeer wel mogelijk dat een afnemer of producent van (duurzame) energie schade zal lijden omdat deze niet of niet tijdig op het elektriciteitsnetwerk kan worden aangesloten. Over dit probleem komt steeds meer rechtspraak waar veelal in het voordeel van de klant / producent wordt beslist. Vaak gaat dit om kort gedingen om alsnog snel aangesloten te kunnen worden op het stroomnet op straffe van een dwangsom. Er bestaat hier eigenlijk per definitie een spoedeisend belang omdat er in het kader van de bedrijfsvoering altijd een groot belang is bij snelle aansluiting. Ook het dreigend (deels) verlopen van de SDE+ subsidie geeft een spoedeisend belang voor een kort geding.

Indien een verbruiker maar ook een windpark of zonnepark niet kan worden aangesloten, pleegt de netbeheerder in beginsel een onrechtmatige daad. De netbeheerder overtreedt namelijk een wettelijke norm (de aansluitplicht) waardoor schade ontstaat die aan de netbeheerder kan worden toegerekend. Die schade is het gevolg (causaal verband) van het overtreden van deze wettelijke plicht. En die plicht strekt er juist precies toe om degene die moet worden aangesloten, te beschermen (relativiteit). Daarmee is aan de vereisten voor een onrechtmatige daad voldaan. Wat de schade precies zal zijn, zal afhangen van de specifieke omstandigheden, maar meerdere vormen van financiële (gevolg)schade zijn denkbaar.

Overmacht voor de netbeheerder

In een eerder blog hebben we al beschreven dat een tekort aan personeel van de netbeheerder geen reden is om niet op tijd de aansluiting te realiseren. Liander werd in de hiervoor genoemde Nedcool-zaak in kort geding veroordeeld om de aansluiting snel te realiseren op straffe van een dwangsom van € 25.000 per dag. Deze veroordeling is ondanks dat Liander heeft aangevoerd dat zij niet voldoende gekwalificeerd personeel heeft om dat te redden. Dit vonnis is in hoger beroep bekrachtigd. Het risico van een tekort aan goed personeel ligt dus bij de netbeheerder.

Uit deze uitspraak en ook uit het systeem van de Elektriciteitswet volgt ook dat overmacht in het kader van de aansluitplicht niet snel mag worden aangenomen. Ingeval van een weigering door de netbeheerder lijkt het daarom verstandig om niet alleen de aansluiting af te dwingen op straffe van een forse dwangsom maar ook om een voorschot op schadevergoeding te vorderen. De schadeplichtigheid voor de beheerder van het elektriciteitsnet ontstaat volgens mij in ieder geval op het moment dat deze niet binnen de redelijke termijn van 18 weken aansluit. De schade is wel al eerder voorzienbaar omdat de aansluitingen al in de ontwikkelingsfase van een zonnepark of windpark worden aangevraagd.

Conclusie

Als ontwikkelaar van duurzame elektriciteit moet je niet te snel aannemen dat een netbeheerder volgens de wet niet verplicht is om aan te sluiten. Hetzelfde geldt uiteraard voor afnemers van elektriciteit. Indien een netbeheerder in strijd met de aansluitplicht niet tijdig voor een aansluiting op het net zorgt, pleegt deze een onrechtmatige daad waardoor in de meeste gevallen plaats is voor schadevergoeding. Dat recht bestaat naast de mogelijkheid om een aansluiting af te dwingen met een dwangsom.

In het verlengde van de aansluitplicht ligt de transportplicht voor elektriciteit. De verstopping van het elektriciteitsnet (netcongestie) is op diverse plaatsen in Nederland een feitelijk probleem. Dat is echter iets dat een netbeheerder met bewijs aannemelijk zal moeten maken. En het lijkt erop dat een beroep op netcongestie als rechtvaardigingsgrond terughoudend zal moeten worden gedaan.

Ik kan me voorstellen dat voor ontwikkelaars van duurzame energieprojecten het instellen van een vordering tot schadevergoeding een ultieme remedie kan zijn om kosten terug te vorderen dan wel om (tijdelijk) gemis aan rendement goed te maken. Ik verwacht dat de rechtspraak van de laatste jaren zich hierop zal door ontwikkelen. Ontwikkelaars hebben mogelijk een moreel dilemma om echt een schadeclaim in te stellen want zij komen de netbeheerders telkens tegen. Dat zal minder gelden voor de grondeigenaren die met een schadeclaim de voortgang dan wel het gemis aan rendement kunnen goedmaken.

Dit blog is geschreven door Hans Klaver (advocaat), te bereiken via h.klaver@penrose.law of 020 2400710.

Advocatenkantoor Penrose, Amsterdam.

Anderen zochten ook naar: